Dossier Mexicaanse GriepDE MEXICAANSE GRIEP
Een beknopt dossier, versie 28 juli 2009
Er is veel informatie beschikbaar over de Mexicaanse griep, in de diverse media, en op internet.
Dit is een overzicht van de belangrijkste feiten over het griepvirus.
Heeft u na het lezen behoefte aan meer informatie, of begeleiding, dan helpen wij u graag verder.
Hoe raakt iemand besmet?
De Mexicaanse griep wordt veroorzaakt door een virus.
De verspreiding van het virus vindt plaats via de lucht en via (in)direct contact.
Dat betekent concreet:
• Nauw contact met een bevestigd geval van infectie met het nieuwe griep- virus toen er al sprake was van ziekte.
• Een reis naar een gebied waar een aanhoudende overdracht van-mens-op-mens met het nieuwe griepvirus gedocumenteerd is.
• Werkzaamheden in een laboratorium waar gewerkt wordt met het nieuwe influenza A virus.
De vraag of iemand daadwerkelijk is besmet, kan worden beantwoord door de huisarts.
De huisartsen beschikken over een draaiboek om in samenwerking met de GGD te laten onderzoeken of iemand daadwerkelijk Mexicaanse griep heeft. Dit gebeurt door met een wattenstaafje langs neusholte en keelholte te strijken. In het laboratorium wordt het wattenstaafje onderzocht op aanwezigheid van het virus.
Wat zijn de symptomen van de Mexicaanse griep?
De Mexicaanse griep wordt gekenmerkt door de volgende verschijnselen:
• Koorts boven de 38 graden (94%)
• Hoesten (92%)
• Zere keel (66%)
• Diarree (25%)
• Braken (25%)
De Mexicaanse griep zou mogelijk een effect hebben op zwangere vrouwen. Deze kwestie wordt nog onderzocht.
De relatie met ziekteverzuim
Wanneer vastgesteld is dat iemand de Mexicaanse griep heeft, kan die persoon het beste thuisblijven.
Het is raadzaam dit ook aan de medewerkers te communiceren.
De duur van de besmettelijkheid is ongeveer 1 week en begint 1 à 2 dagen vóórdat iemand verschijnselen krijgt.
Ná die week is er geen reden meer om thuis te blijven, behoudens de eventuele klachten, die iemand nog kan hebben.
Gemiddeld zal iemand met de Mexicaanse griep 3 tot 7 dagen moeten verzuimen.
80% heeft daarna nog wel last van restverschijnselen.
Na de eerste 7 dagen is er geen besmettingsgevaar meer.
Iemand die de Mexicaanse griep al heeft gehad, zal die daarna niet nogmaals krijgen.
Het verloop van dit wereldwijde proces is moeilijk te voorspellen.
Naar verwachting zal de pandemie in het najaar van 2009 op zijn hoogtepunt zijn.
Maatregelen
De pandemie wordt als onafwendbaar beschouwd.
De maatregelen hieronder zijn dan ook niet gericht op het voorkomen van de ziekte, maar op het vertragen van de verspreiding ervan.
Daarmee wordt beoogd het aantal griepbesmettingen in de tijd te spreiden.
De maatregelen, die kunnen worden genomen, berusten op 3 pijlers:
1. Hygiëne en isolatie.
2. Antivirale middelen (Tamiflu en Relenza).
3. Vaccinatie.
Maatregel 1: Hygiëne en isolatie
• Goede hand- en hoesthygiëne.
• Desinfecteren van oppervlakten, deurknoppen, enzovoort.
• Schoonmaakfrequentie omhoog.
• Sociale afstand houden (>1 meter).
• Klachten (koorts!): thuisblijven.
• Thuiswerkmogelijkheden bevorderen (als er thuis geen besmettingen zijn).
• Mondkapjes:
- zijn op individueel niveau: effectief, mits met goede instructies.
- zijn op groepsniveau (publieke ruimte): niet bewezen effectief.
- gebruiken in het kader van werk, bijvoorbeeld door verpleegkundigen.
Maatregel 2: Antivirale geneesmiddelen
Antivirale geneesmiddelen kunnen vooral een rol spelen in de aanloopfase van de pandemie.
Bijvoorbeeld als iemand besmet is na contact met iemand die de Mexicaanse griep heeft.
Raadpleeg hiervoor de huisarts, of de bedrijfsarts van Tredin.
De overheid adviseert hierin overigens terughoudendheid: hoe meer deze middelen worden ingezet, hoe groter immers de kans dat het virus resistent wordt. Daarmee wordt het probleem nog veel groter.
Overigens:
• Zodra iemand stopt met deze middelen, is het effect weg.
• Het advies luidt om deze middelen maximaal 6 weken te gebruiken.
• Antivirale middelen kennen ook bijwerkingen.
• Antivirale middelen zijn relatief duur.
Een tussenoplossing zou kunnen zijn om een beperkte groep sleutelfiguren in de organisatie met antivirale middelen te beschermen.
Daarnaast kunnen antivirale middelen ook curatief worden ingezet ter behandeling bij iemand, die al besmet is met het virus.
De inschatting is dat ongeveer 4% van de patiënten met griepklachten dit nodig zal hebben. Dat betreft mensen met onderliggende of aanverwante klachten (overwegend chronische aandoeningen zoals astma). Mensen, die verder gewoon gezond zijn, zieken uit en herstellen zoals van elke andere griep.
Maatregel 3: Vaccinatie
Vaccinatie biedt de beste bescherming, maar die is nog niet beschikbaar!
De Nederlandse overheid heeft 32 miljoen vaccins besteld (voor iedere Nederlander 2 “prikken”).
Naar verwachting worden de vaccins in oktober 2009 geleverd.
|