“ een medewerker wordt ’s morgens wakker met flinke hoofdpijn. Hij zal zichzelf dan de vraag stellen: ga ik werken of niet? Belangrijk bij het beantwoorden van deze vraag zijn zaken als: is mijn werk leuk? Maakt het uit of ik er ben of niet? Hebben anderen last van mijn afwezigheid? Hoe gaat mijn directeur om met mijn afwezigheid? Dit zijn allemaal vragen die weinig met het ziektebeeld te maken hebben. Daarnaast zal hij zich uiteraard ook afvragen of hij zijn werk nog wel aankan. Uiteindelijk kiest de medewerker voor een ziekmelding of gaat hij aan het werk.”
Van belang zijn twee beslissingen voor de ziekmelding:
Wat WIL ik en wat KAN ik?
Op deze twee vragen is onze aanpak gebouwd.
Om verzuim te voorkomen en eventueel op te lossen is het steeds weer van belang zoveel mogelijk zicht te hebben op het willen en kunnen van medewerkers. Dit inzicht geeft sterk richting aan de aanpak: soms moet je een medewerker remmen, maar soms ook juist stimuleren.


